Zuilen

Afgezien van de zware, vierkante pijlers zonder bases en kapiteel stellen de Egyptische zuilen steeds planten voor, stammen of bundels van stengels, die eertijds volstaan hadden, de plafonds van de hutten uit hout, vlechtwerk of klei te steunen. In de oudere tijden van de Egyptische geschiedenis zijn de zuilen vaak uit een enkel stuk (momoliet) vervaardigd; in het algemeen bestaan zij echter zoals een muur uit op elkaar geplaatste blokken. Boven sloten zij met een kapiteel af, die over vijf horizontale banden, welke theoretisch de stengenbundel samenhouden, een opbloeiende plant voorstelt. Een gewoonlijk slechts zeer vlakke plaat (abacus) ligt op het kapiteel en draagt direct de architraaf.
Naar de uigebeeldde planten kunnen we drie verschillende soorten van zuilen onderscheiden: de palmzuilen en de lotuszuilen, welke een rechte, naar boven zich slechts weinig verjongende schacht hebben, en de papyruszuilen, waarvan de schacht aan het onderste einde duidelijk ingesnoerd is. De palmzuil heeft een uit palmwaaiers samengesteld kapiteel. Bij de lotuszuil evenals bij de papyruszuil kunnen wij bovendien onderscheiden tussen dergelijke, waarvan het kapiteel als knop gesloten is, en dergelijke bij wie het een geopende bloem voorstelt. Een verder verschil bestaat tussen de zuilen, welke slechts een enkele steel voorstellen, zoals steeds bij de palmzuilen en menigmaal bij de lotuszuilen, en die welke uit een hele bundel bestaan. De dwarsdoorsnede van de enkele stengel is bij de lotus rond, bij de papyrus driehoekig.
In het Nieuwe Rijk heeft men vaak ook de papyrusbundelzuilen met gladde, dat wil zeggen niet de enkele stengel aanduidende schacht uitgevoerd, om inscripties daarop te kunnen aanbrengen; men herkent dan slechts nog aan het kapiteel en gedeeltelijk aan de beschildering, dat het zich om een papyrusbundel handelen zou.
De zuil met samengestelde kapiteel wordt in de Grieks-Romeinse tijd overheersend. In meerdere lagen verenigd dit kapiteel een hele scala van bloesemornamenten van verschillende planten. Er zijn daarvan tot 27 verschillende combinaties. Aan de Natijdtempels, welke aan vrouwelijke godheden zijn gewijd, zo in Dendera en op Philae, bevinden zich menigmaal ook Hathor- of sistrumzuilen. Zij hebben een ronde schacht, welke op alle vier zijden door het hoofd van Hathor bekroond wordt, waarover dan nog een sistrum ( ratel, zie muziek) zit, het symbool van de godin Hathor. In Dendera zijn op de abacus nog figuren van Bes aangebracht. Merkwaardig is ook de ouderwetse tentstangenzuil; zij komt nog in de feesttempel van Toetmisis III. in Karnak voor, waar haar kapiteel echter in een omgekeerde bloesem veranderd werd.
De Egyptenaren deinsden niet voor massale toepassing van zuilen terug. De verschillende hallen in de tempel van Philae tellen nog heden meer dan 100 zuilen, terwijl de gigantische zuilenzaal van Karnak door niet minder dan 134 zuilen gesteund was, waarvan die van het middenschip een hoogte van 24 m bereiken. Alle Egyptische zuilen waren geheel met levendige verf, rood, blauw, groen en geel beschilderd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *