Zonneschip

Dat de hemellichamen en in het bijzonder de zon in barken voorbijvaren, is oud geloof. Het komt tegemoet aan de voorstelling van de hemel als vloed en is zo sterk, dat men hem ook op de mythische afbeeldingen, welke de hemel als vrouw of koe uitbeelden, overdraagt en de hemelsbarken aan hun lijf langs laat trekken. Het zonneschip, wordt gelijk aan aardse boten, in verschillende vormen gedacht, vaak in recht primitieve, zo als een tweedelige uit rietbundels gevlochten vlot, zoals het nog heden de Nubiërs als provisorisch vaartuig dient (Breasted-Peet, JEA 4. 174, 225 pl. 54). Vroeg heeft zich echter een bepaalde voorstelling van zijn vorm doorgezet. Met hoog opgetrokken einden leunt zij tegen de vele voorhistorische schepen aan (Schäfer, Kunst d. a.O. 179, Jequier, Eg. Rel. 3, 24). Natuurlijk is het zonneschip versierd. Van de boeg hangt een ziermat af; valkenstandaarden, een terechtstellingsapparaat (zie Mafdet) en andere, in bijzonderheden niet zeker verklaarbare symbolen kronen het dek. Ook verder omkleedt het de fantasie met lichte schittering. De piramidenteksten (602, 1209) schilderen het als een schip van 770 el, dat goden bouwden en door goud straalt.
In het midden van het schip troont Re*, omgeven door de goden van zijn kring. Onder hen neemt Thot* als vizier van de goddelijhke hofstaat de eerste plaats in; ook personificaties*, waarin zich de schepper- en heerserkrachten van Re belichamen, zoals Maat, Sia* en Hoe*, spelen een bevoorrechte rol. Want het zonneschip is de plaats van het wereldbestuur.
Als haar bemanning worden graag de sterren genoemd; zij leiden de roeiers en of zijn op zijn minst “in het gevolg van Re aan de noordelijke resp. aan zuidelijke hemel”. In twee teams zijn zij dus verdeeld. Want ’s avonds wisselt de zonnegod het schip. In de nachtbark trekt hij, begeleidt door de “onvermoeibare”, dat wil zeggen door de sterren, die gelijk aan de zon op- en ondergaan, over de tegenhemel* naar het Oosten terug, om hier in de dagbark over te stappen en met de “onvergankelijken”, dat wil zeggen de circumpolairsterren, welke niet ondergaan, over de hemel te gaan. In hun uiterlijkl zijn de beide barken niet verschillend; maar zij hebben hun bijzondere toepasselijke namen. Manezet heet het schip van de dag, waarin de god ’s morgens ongedeerd uit het donker verschijnt; Mesektet dat van de nacht, waarin hij ’s avonds ondergaat.
De voorstelling van de beide zonneschepen is steeds levendig gebleven. Nog op stèles en sarcofagen van de Natijd wordt hun ontmoeting en de overgang van de god van de één op de andere graag afgebeeld (Prins, Altorien-tal. Symbolik Taf. 4/6, verdere citaten p. 28; Schäfer, KM 8, 151). Somtijds geschiedt het zo, dat zich de godinnen van het Oosten en het Westen van schip tot schip de zonneschijf aanreiken. Men heeft daarom aangenomen, dat de scheepswisseling daar plaats vindt, waar het Westen en Oosten elkaar raken, dat wil zeggen aan het hoogste punt van de hemel in het midden van de dagelijkse baan (Maspero Hist. I. 90; Schäfer, Weltgebäude d. alten Äg. 112; anders Sethe a.O.). Beslist ten onrechte; er zijn genoeg getuigenissen, welke vaststellen, dat zich aan de verdeling van het zonneschip van dag en nacht niets verandert heeft. Wel zijn echter mettertijd haar rollen verwisseld. Reeds in de 18de dynastie wordt de Mesektet als dagbark genoemd ( Mém. Miss. I. p. 25); nu kon Mesek-tet hier zoals in andere inscripties van het Nieuwe Rijk de later bewezen algemene betekenis “godenschip” hebben. Teksten van de Grieks-Romeinse tijd stellen haar ondertussen tegenover Manezet als schip van de ondergang (Möller, Pap. Rhind 89), terwijl ook somstijds nog in hen de oude aard van verdeling voorkomt (Roeder, Rel. Urk. 100). De gronden voor deze verwisseling zijn niet doorzichtig. Een aanzetpunt zou de gelijkstelling van de beide zonneschepen met de ogen van de hemelsheer gegeven kunnen hebben. Zij lag voor de Egyptenaar genoeg voor de hand en wordt reeds zeer vroeg voltrokken (Kees, ÄZ 57, 108). Daarbij werd, daar voor de Egyptenaar de rechter zijde de westelijke, de linker de oostelijke is, de bark van de ondergang tot rechtse, die van de opkomst tot linker oog. Daarmee echter kwam de laatstgenoemde in verbinding tot de nacht en tot de duisternis; want het linkeroog van de hemelsheer is ja de maan. Het kan zijn, dat daardoor de verwisseling van de beide zonneschepen veroorzaakt werd (Kees, Horus u. Seth I. 52 f).
Evenals met de ogen, zo worden de zonneschepen ook met de kinderen van Re, Sjoe en Tefnoet* gelijkgesteld. Beide waren nauw in de ogensage verstrengeld (zie zonneoog) en bezaten bovendien aan het zonneschip overeenkomstige barken (Kees a.O.). Zo waren vele aanknopingspunten gegeven; bij de uitvoering levert zich weliswaar ook hier vele niet sluitbare tegenspraken op.
Over de betekenis van beide zonneschepen als M a a t i zie Maat.
Copieën van de zonneschepen stonden in het allerheiligste van de tempel van On, het Huis van de Benben* (Breasted, Anc. Rec. IV. § 871), evenals in de naar dat voorbeeld gestichtte zonneheiligdommen*. De zonneschepen, welke Neferirkere in het door hem bij Aboesir* gestichtte wijde, bestonden uit koper en hadden een lengte van ieder acht el (Sethe, ÄZ 53, 53).
Een verdere copie van een zonneschip bevond zich buiten de tempel, parallel aan zijn zuidelijke muur aan de oosthoek (Sethe a.O. P. 54). Zij is uit bakstenen gemetseld en met de punt naar het Westen gericht. Sethe a.O. en Maspero (Causeries d’Eg. 331) willen in dit schip de avondbark herkennen. Hierin lande de God na zijn dagvaart, om zich in zijn tempel ter ruste te begeven. Andere (Foucart, Sphinx X. 199; Kees, Reheiligtum III. P. 53) verklaren het als ochtendschip en dit begrip voegt zich inderdaad beter naar het karakter van de cultus, welke overduidelijk op Re als de Heer van de opgaande zon gericht is.
Uiteindelijk zijn ook in resp. bij graven modellen van zonneschepen gevonden. Reeds bij de dodentempel van Cheops is aan iedere lange zijde ieder een smalle, langgestrekte groeve ontdekt, waarvan de vorm geen twijfel laat, dat hierin een schip ingebouwd was (Baedeker 134). Andere groeven van dit soort zijn bij één van de nevenpiramiden van Cheops (a.O. 135) evenals bij de dodentempel van Dedefre bij Aboe Roasch aangetoond (Mon. Piot 25, 57). Tijdens de afloop van het Oude Rijk duiken dan in de burgergraven naast de dodenschepen modellen van zonneschepen op. Zij zijn voor een deel eveneens naast het graf in het zand ingebed (Firth-Gunn, Teti pyramid cemeteries p. 33 pl.49; Bull. Metr. Mus. Suppl. 1915, 10 ff), deels echter ook mit de grafgiften in de sarcofaagkamer zelf ondergebracht (Annales 1, 32/7). Voor het Nieuwe Rijk is de gewoonte alleen nog door het zonneschip in het graf van Toetanchamon bewezen (Carter, Tutenchamun III. p. 77 Taf. 59).
De betekenis van deze modellen wordt door de dodenteksten genoegzaam verklaard. Hierin speelt de wens, bij Re te zijn en hem in zijn zonneschip te begeleiden, en niet altijd gelijke, maar toch nooit wegstervende rol. Het hiernamaalsleven van de koning, zoals het de piramidenteksten in haar solaire vorm tekenen, vindt in dit meevaren, dat tevens een deelhebben aan het wereldbestuur is, zijn laatste vervulling.
Met de democratisering van het hiernamaalsgeloof dringt het verlangen naar de reis in het zonneschip ook in het volk. Reeds de sarcofaagteksten bieden spreuken, welke haar verwerkeling dienen zouden, zoals in het bijzonder de “spreuk voor het varen in het grote schip van Re” (Lacau, Sarc. I. 189), welke dan, met vignetten versierd, in het Dodenboek werd opgenomen (Hoofdstuk 136 A). Andere spreuken zoals “Apophis* afweren bvan de bark van Re” (Lacau, TR 35) garanderen de zekerheid van de tocht. Het is geen vraag, dat de modellen van zonneschepen als magisch verzekeringsmiddel hetzelfde doel als die van de spreuken beogen.
Nog andere spreuken knopen zich aan de zonneschepen. Zij gelden als dragers van spijzen en offers, die ze uit de tempel van Re in Heliopolis brengen (Kees, Totenglauben 284, ÄZ 57, 119). Wellicht heeft zij haar verbinding in de ogensage tengevolge van de gebruikelijke gelijkschakeling van de offergaven met de Horusogen in deze plaats geschoven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *