Zilver

In de bergen van de oostelijke woestijn en in Nubië kon men in overvloed goud winnen, evenzo ook echter het electron, een natuurlijke verbinding van goud en zilver. Zuiver zilver kwam echter in de directe omgeving van Egypte niet voor. Desondanks kon de Egyptische cultuur het gebruik van zilver, dat men “het witte”noemde en voor een bijzonder soort van goud hield. De Egyptische kunsthandwerkers hebben ware wonderwerken daaruit gemaakt. Men gebruikte het als een dunne, gehamerde blaadjes of als inleg voor sieraden, meubels of figuurtjes. Volgens de mythen waren de beenderen van de goden uit zilver, hun vlees echter uit goud. De oudste zilverschat, welke men op Egyptische bodem gevonden heeft, is die van Tod uit het Middenrijk. Het bevat stukken uit het Egeïsche en Syrische gebied, waarvan ook het witte metaal naar het Nijlland werd ingevoerd. In de oude teksten vindt men het zelden genoemd, en men heeft het in graven, welke ouder zijn dan het Nieuwe Rijk, nauwelijks gevonden. De veroveringen in Azië hadden dan echter doorlopende zilverleveringen ten gevolge. Sedert deze tijd zeiden ook de Egyptenaren, evenals alle andere volken, bij de opsomming van deze beide metalen “goud en zilver” en niet meer, zoals zij het in de oudere tijd gedaan hadden, “zilver en goud”. In het zo rijk met goud uitgeruste graf van Toetanchamon bevonden zich onder de grafgiften slechts zeer weinig zilveren voorwerpen, die vanaf deze tijd als minder voornaam en minder waardevol golden. De zwakke koningen van Tanis (zie Psoesennes) lieten zich later weer – vanuit een noodsituatie of uit voorliefde voor dit metaal – in prachtige zilveren doodkisten begraven, welke men nog heden in het museum van Caïro kan bewonderen.

Zie ook 0016 blz: 114 artikel W.J.de Jong “Zilver in Egypte”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *