Zielsverhuizing

De Egyptenaren hebben als eerste beweerd, dat de menselijke ziel onsterfelijk zou zijn en dat zij na de dood van het lichaam in andere gedaanten van levend wezen sluipt. Als zij na elkaar in alle levend wezen van de aarde, het water en de lucht had gewoond, komt zij opnieuw in het lichaam van de mens. Voor al deze verhuizingen heeft zij 3000 jaar nodig. Dat is de mening van Herodotus en als men het dodenboek oppervlakkig doorleest, moet men hem gelijk geven. Men vindt daar daadwerkelijk formuleringen als: “zich in een feuniks veranderen, in een valk uit goud, in een lotus, in een zwaluw…..” Desondanks is het niet juist, in relatie met de Egyptenaren van zielsverhuizing te spreken. Door de formules van het dodenboek zou de ziel de mogelijkheid hebben, niet als een gevangene in het graf te moeten blijven, waarin het lichaam zelf onherroepelijk vastligt, maar naar vrije wil in de één ol andere gedaante terug te keren en zich op aarde op te houden. Maar deze gedaanteverwisselingen zijn dikwijls slechts voorbijgaand, en de ziel zal in geen geval een reeks van personificaties doorlopen zoals in India; zij blijft vast bij het ingebalsemde lichaam in zijn graf behorend en kan slechts begrenst uitstapjes ondernemen. Uitzonderingsgevallen van een werkelijke wedergeboorte van een gestorvene in een nieuw bestaan komen in de vertellingen van het volk wel voor, zijn echter slechts fantasievolle sprookjes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *